Onlangs vond het Nederlands Studentenkampioenschap plaats in Utrecht. Op het laatste moment besloot de organisatie dat het toch handiger was als er een extra team mee zou doen, zodat ze vier poules van vijf teams konden vormen. In dat extra team ben ik terechtgekomen, samen met drie willekeurige anderen. We zagen elkaar vrijdagavond voor het eerst en speelden zaterdagochtend onze eerste voorstelling, zonder ooit samen getraind te hebben. En dat was een van de leukste impro-dingen die ik ooit heb gedaan. Vijf redenen waarom iedereen een keer een toernooi moet spelen met onbekenden.
Theatersport 2.0
Met een dubbelzinnig gevoel keken we aan het eind van het cultureel seizoen 2015-2016 terug op het jaar. Aangenaam Verrast had heerlijke uitwedstrijden gespeeld, de hele club deed in verschillende samenstellingen mee aan het NTT en de sfeer in de groep was opperbest. Toch liep er iets niet: de thuiswedstrijden. Die voelden steeds meer als een ‘moetje’: het lukte allemaal wel, maar het kostte energie, in plaats van dat het energie opleverde. We waren niet trots op onze voorstelling en hadden daardoor ook moeite om het publiek enthousiast te maken om te komen kijken. We zijn daarom met een paar leden met een lekker drankje op een zonnig terrasje gaan zitten om te brainstormen over Theatersport 2.0.
De toss-game: belangrijker dan je denkt
Theatersport-wedstrijd begint traditioneel met een toss-game, een spelletje tussen beide teams dat bepaalt wie er mag beginnen. Maakt het uit wie er mag beginnen? Niet echt. Toch is de toss naar mijn mening een belangrijk (en soms onderschat) onderdeel van de voorstelling. Deze blog neemt het nader onder de loep.
De uitdaging als uitdaging
Toen ik vorig jaar op het NTT als rechter vele wedstrijden achter elkaar zag, viel het me op hoe moeilijk het toch steeds weer bleek te zijn om een goede uitdaging neer te zetten. De uitdaging is weliswaar een vaste waarde in een theatersport-wedstrijd, maar wat maakt een uitdaging nu precies zinvol of bruikbaar?
Mensch, durf te stralen!
Begin december vond in Enschede het Nederlands Studentenkampioenschap (NSK) Theatersport plaats. Het was weer een geweldig improfeest (letterlijk; die vestingbar is briljant)! Ik mocht het toernooi meemaken van poulefase tot finale in de rol van rechter. Nu zijn er al blogs genoeg geschreven over rechteren, dus daar zal ik me van weerhouden, maar tijdens het toernooi moest ik denken aan een zinnetje dat al jaren geleden werd opgeschreven in de rechtershandleiding: je mag 1 punt geven als de spelers op het toneel staan met een positieve speelattitude.
- « Vorige pagina
- 1
- 2
- 3
- 4
- …
- 8
- Volgende pagina »