Het jaarlijkse Nederlands Studenten Kampioenschap (NSK) Theatersport staat weer voor de deur. 16 teams met minstens twee studenten nemen het tegen elkaar op om Nederlands Studenten Kampioen Theatersport te worden. Ik vind dat iedereen een keer aan een NSK moet hebben meegedaan. Waarom? Ik geef je drie redenen.
Gezocht: Rechters met ballen
Roemer Lievaart roept in zijn blog op tot het aanpassen of veranderen van het theatersport format. Feit is dat veel groepen, na een tijdje rondgehangen te hebben in het theatersport-format, graag wat anders doen. Maar wat je bij bijna alle “gevorderde” vormen ziet, is dat er afscheid genomen wordt van de rechters. Zijn er nog wel rechters nodig? Of is de afkeer van de rechters een teken dat zij misschien ook aan verandering toe zijn? Ik denk het laatste en pleit ervoor om de rol van de rechter juist te vergroten.
Vastgeroest
In Nederland hebben we het format “theatersport” zo’n 30 jaar geleden overgenomen van Keith Johnstone. Wat een openbaring, wat een plezier! We voegden er nog wat sponzen aan toe (dat is pas publiekparticipatie) en zie daar: het format dat we nog steeds spelen. Wat hebben we er een mooie herinneringen aan en wat hebben we er een plezier mee. Toch? Steeds minder, lijkt het wel.
Trek die toga toch uit
Denk je aan theatersport, dan denk je al gauw aan rechters. In toga natuurlijk. Alhoewel, zo natuurlijk is dat niet. Steeds meer groepen vullen die rol anders in. En er zijn ook goede redenen voor om de toga uit te trekken. In deze blog zet ik er vijf op een rij.
Tien maanden in improland
‘Improland’ was een term die ik vaak hoorde in mijn eerste maanden bij Placebo. Het leek me wat overdreven, een ‘land’. Want hoeveel mensen konden dat nou zijn, die het net als ik leuk vinden om scènes ter plekke te bedenken? Daar bleek ik me een beetje in te vergissen…




