Met name bij theatersport zie je dat spelers vaak bijna letterlijk, en op 9 of 10, een bepaalde suggestie gaan uitspelen. Vaak ook met als onderbouwing dat het publiek anders niet ziet dat de suggestie gebruikt is. Waarmee ze het publiek vaak onderschatten. Of – wanneer het (al snel) een platte scène – wordt, met als ‘excuus’ dat de suggestie ze wel hiertoe dwong.
En ik blijf zeggen (en bij trainingen erop hameren) dat je als speler altijd meerdere opties hebt, als je maar creatief & vindingrijk in het spel staat. De input van het publiek is alleen maar een “wat”, maar geen bindend “hoe”. Dus inderdaad: zet die Putjesschepper niet negatief neer, maar maak hem trots op zijn beroep – hoe verfrissend! En begin niet met hard brullen en springen voor “woede”, maar bouw het op.
Daarom: Hear hear, Richard! 🙂
]]>