‘Spelen’ is het ontdekken van nieuwe dingen, waarbij de mogelijkheid om te ‘winnen’ bestaat bij gratie van de mogelijkheid om te ‘verliezen’. No guts no glory! De meerwaarde zit dus niet in het resultaat (een prijs is waardeloos als je ‘m niet echt verdient hebt) maar ook niet alleen in het proces (anders zouden we het altijd bij repeteren laten). Impro is nooit af. Het is als vriendschappelijke wedstrijd waar de improspeler in de derde helft met zijn tegenspelers ongeacht de uitslag proost op de volgende keer…
]]>Ik denk dat we redelijk op dezelfde pagina zitten in dat het verschil hem zit in de deelname, of op z’n het minst het getuige zijn van het publiek in het creatieproces bij improvisatie. Bij scripted work zit het proces verborgen in de voorbereiding.
We verschillen in de focus die we er op leggen versus op het eindresultaat. Ik wil nuanceren: natúúrlijk is het resultaat ook belangrijk naast het proces. Maar ik merk toch dat ik voor scripted work meer geld neertel en grotere afstanden afleg om ernaar te kijken en veel hogere eisen stel aan de inhoud.
Volgens mij is de belangrijkste reden waarom impro nog te veel ‘underground’ blijft is dat ons werk geëvalueerd wordt met de verkeerde maten en gewichten, namelijk die van scripted work, die van het resultaat. Longform wordt dan al snel `zwak toneel’ en shortform `flauw grappen’.
Daarom niet minder entertainend of met minder meerwaarde! De entertainment en meerwaarde moet echter uit het proces komen en niet uit het resultaat.
Ik val in herhaling, merk ik. 🙂
]]>1. Zij kunnen het verloop van een sketch of voorstelling bepalen
2. Ze kunnen zich binden aan de fantasie of het denkproces van de acteurs. Ja, en als het niet loopt, niet boeit, niet grappig is moet je dat (vind ik) openlijk kunnen erkennen. Ook dat doe je voor je publiek, zij verdienen immers de beste voorstelling.
3. Het publiek is getuige van spelers die ‘vriend en rivaal’ tegelijkertijd zijn en elkaar in vertrouwen spannende uitdagingen geven. Die chemie is uniek bij improvisatie.
Dan de ‘smaken’ improvisatie volgens de dikke van Bouwman
1. Improvisatiecomedy- Comedyacteurs die binnen een situatie humoristische verhalen of sketches improviseren/ gewenst resultaat: lachend en geboeid publiek.
2. Improvisatietheater- Acteurs die binnen een situatie voelbaar drama improviseren/ gewenst resultaat: geraakt en geboeid publiek
3. Improvisatie-standup – Comedians die on-the-spot grappen verzinnen rond een onderwerp/ gewenst resultaat: lachend publiek
4. Theatersport – een mix van bovenstaand in wedstrijdvorm. /gewenst resultaat: een mix van bovenstaand
5. Experimentele improvisatie – Op basis van improvisatie iets nieuws proberen te creeren/ gewenst resultaat: een geboeid publiek
Ik ben wel benieuwd wat jullie mening is betreft ‘absurditeit’ . Wat is de definitie daarvan wanneer je improviseert. Gewoon gek doen? Doelloos? Verwachtingen opbouwen maar niet inlossen? Het spelen van onverklaarbare keuzes van personages? Ik ben er zelf niet goed in maar misschien omdat ik vrij (te?) doelgericht ben….
Wellicht wordt eea herhaald in mijn comment van Sytse en bovengenoemden. Maargoed, he….nou en?! 😉
]]>Improcomedy is minder grappig dan een goeie standup, en improtheater heeft minder diepgang dan goed scripted theatre. Maar dat doet er niet toe, want het resultaat is niet onze maatstaf. Het proces wel.
Je verwoordt het mooi dat het publiek bij impro niet alleen om de personages, maar ook om de acteurs moet geven. Sluit weer aan bij het stuk van Roemer hier onlangs (http://improblog.nl/improblog/comfort-zone/)
]]>